Hoor en wederhoor

De rekenkamercommissie maakt onderscheid tussen ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor. Bij hoor en wederhoor hanteert de rekenkamercommissie de volgende werkwijze:

  1. De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wiens taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
  2. Deze betrokkenen krijgen het concept eindrapport voorgelegd, zonder conclusies en aanbevelingen. Doel is feitelijke onjuistheden of onvolledigheden weg te nemen (feitelijk hoor en wederhoor);
  3. Na hoor en wederhoor van betrokkenen ten aanzien van het onderzoek, formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen.
  4. De rekenkamercommissie stelt het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het onderzoek en de nota aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken (bestuurlijk hoor en wederhoor);
  5. Na de termijn van bestuurlijk hoor en wederhoor stelt de rekenkamercommissie in een vergadering het eindrapport, conclusies en aanbevelingen vast.
  6. Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het rapport met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk aan de gemeenteraad aangeboden. Hierbij wordt de reactie van het college van burgemeester en wethouders gevoegd met eventueel het nawoord van de rekenkamercommissie hierop. In het nawoord geeft de rekenkamercommissie aan of het standpunt van het college al dan niet tot aanpassingen heeft geleid, en zo ja, welke.